(geschreven en voorgedragen bij het evenement ‘Brieven aan Etty’ in het Etty Hillesumhuis)
Lieve Etty,
Het was denk ik ergens in mijn tienerjaren, dat ik tot dezelfde conclusie kwam als jij. Jij, doordat je het met eigen ogen zag. Ik door wat jij met jouw ogen zag en ons vertelde. De conclusie: God kan ons niet beschermen. Kan ons niet helpen. Of zoals jij het 100 keer mooier omschreef dan ik ooit zou kunnen:
Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van tevoren nergens voor in staan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen.
God als iets dat wij moeten beschermen in plaats van iets dat ons beschermt. Maar Etty, om heel eerlijk te zijn, zijn er veel momenten geweest dat ik God niet beschermd heb. Dat jouw woorden wegzakten naar de achtergrond. Maar ook dat is een beeld dat jij herkende. Daarover schreef jij:
Binnen in me zit een hele diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Vaak ligt er stenen en gruis voor de put. Dan is God begraven. Als ik dan mijn hoofd in mijn handen verberg dan ervaar ik dat God binnen in mij is. En dan zeg ik: ruim het puin uit je leven en dan komt God weer tevoorschijn.
En als ik dat lees, zou ik het liefst samen met jou en God in die put willen zitten. Samen dat puin ruimen. Daarom wil ik je iets beloven Etty:
Ik zal je helpen Etty, dat je het niet in mij begeeft, dat ik de woning in mij, waar jouw woorden in huizen, tot het laatste toe zal verdedigen. Dat ik het puin zal ruimen, zodat jouw woorden weer tevoorschijn komen. En met jouw woorden: God. Dat we jouw woorden verdedigen tegen de onverschilligheid die ik voel als ik te veel ellende weg swipe op social media, die als namen voorbijdrijven en mijn gevoel als erosie slijt, tegen mensen met goede bedoelingen met slechte uitwerkingen, mensen die denken dat ze degene die dicht bij hen staan alleen maar te kunnen beschermen door degene die ver weg staan, aan te vallen. Ik zou jouw woorden daarop willen schieten als kogels van hoop, maar hoop is zacht als een veertje en God is licht als mooie woorden, die omvergeblazen worden door diezelfde wind die vogels draagt.
Etty, laatst speelden mijn kinderen soldaatje en nu ik dit schrijf voel ik de schuld over hoe een heel leven kan lijken op spelen vergeleken bij dat leven van jou, maar dan lees ik jouw woorden, dat jij in niemands klauwen was, ook niet dat van schuld of angst en dan denk ik dat zwakke open armen nog steeds meer dragen kunnen dan de sterkste klauwen die dicht zijn.
Zo zullen we ze beschermen Etty, die woorden van jou.
Bedankt Etty.