instagram57facebook 

stadsdichter keti koti 1 juli 2026Daar moeten we bij stil staan.
Want de sporen verdwijnen niet
Maar misschien vervagen ze
Ik als witte blonde vrouw luister naar de verhalen
En denk aan mijn kleinkinderen met hun zwarte haren
En de huidskleur van hun in Brazilië geboren vader
Ik vraag me af
Dragen ook zij de gevolgen van het slavernijverleden mee
Intergenerationeel verdriet
Ik wil hier graag een klein verhaaltje vertellen dat goed afliep
Maar wel een verhaal met een zwarte rand
Twee zusjes
Vier en zeven jaar
Ze klimmen over de tuinschutting
En gaan erop hun crocs vandoor
Niet naar de vriendjes in de buurt
Niet naar het speeltuintje
Maar ze lopen en lopen en lopen
De wijk uit
Steken het spoor over
Naar de grote brug
Richting het centrum
De ouders zijn radeloos
Alle kinderen in de buurt helpen zoeken
Naar die twee zusjes
Vier en zeven jaar nog maar
Een meneer zegt ze gezien te hebben
Bij de grote brug
Het zoeken en roepen gaat door
En dan op de brug
Vlak bij de winkelstraat
zijn ze er
Op hun crocs
In hun fleurige jurkjes
Ze staan daar bij twee jongens uit de wijk
Die meezochten
Zij vonden de zusjes
Twee jongens van tien jaar
Ze staan met hun fatbikes op de stoep
We bedanken ze voor hun geweldige hulp
Een meneer komt langsgelopen
Boos roept hij dat ze in de weg staan
Hij wijst op de jongens
Ik zeg dat hij wat aardiger moet doen
Dat de jongens heel lief zijn
Dat zij de twee meisjes hebben gevonden
Die uit Dauwendaele waren weggelopen
De man kijkt minachtend naar de fatbikertjes
En zegt
Ja daar komt ‘dat soort’ vandaan
Ik ben verbijsterd
En herhaal maar weer
Meneer doe eens aardig
Die jongens zijn hartstikke lief

Een klein verhaaltje met een grote zwarte rand
Er moet nog veel gebeuren
De sporen zijn er nog altijd
Laten we daar met elkaar bij stil staan


 

© 2026 Kunst- en Cultuurroute Middelburg