Waarom heet uw galerie” De Vier Gemeten”?
De naam ”De Vier Gemeten” komt van de huisnaam van mijn eerste locatie waarin ik in juli 1996 mijn galerie/ kunsthandel begon. Het pandje (het smalste huisje van Middelburg) is een voormalige poortwoning aan de Kousteensedijk, dat ooit toegang gaf aan vier gemeten grond. Een ‘gemet’ is een oude oppervlaktemaat van ongeveer een halve hectare. Deze grond werd tijdens het aanleggen van het kanaal door Walcheren verkaveld en de poort werd omgebouwd tot een pakhuis, met als naam “De Benauwdheid”, dit vanwege de geringe omvang van het pand.
De naam ”De Vier Gemeten“ heb ik in december 2000 als bedrijfsnaam meegenomen naar mijn nieuwe locatie in de Lange Noordstraat. Dit huis heet eigenlijk “De Schaliehamer”. Dit is een hamer die door leidekkers gebruikt werd. Waarschijnlijk woonde in dit huis in de 18e eeuw een leidekker. Er zijn in Middelburg meer huizen met deze naam te vinden.
Sinds de start van de K&C route bent u lid. Wat is er sindsdien veranderd en wat vindt u van die ontwikkelingen?
Zeker weet ik het niet meer maar ik denk dat wij, dat is Galerie ‘T’ en antiquariaat “De Boekenbeurs” in 1998 begonnen zijn met een opening tijdens de eerste zondag van de maand. Dit in navolging van Dordrecht dat al jarenlang een succesvol “Kunstrondje Dort” kende. Een jaar later sloten meerdere galeries en winkels zich hierbij aan. Het zou een groot succes worden en dat is het nog steeds.
De belangrijkste aspecten zijn de continuïteit en dat het laagdrempelig is. Iedereen weet het inmiddels; Middelburg, 1e zondag van de maand, Kunstroute!
U bent geboren in 1945 te Eindhoven, volgde een nautische opleiding aan de zeevaartschool in Vlissingen en bent gaan varen. Hoe bent u in de kunst terecht gekomen en vanwaar de interesse?
Ik ben geboren en opgegroeid in Eindhoven, niet ver van het inmiddels vermaarde van Abbemuseum, dat in 1936 geopend werd. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik daar als jongetje van een jaar of vier met mijn moeder en mijn zusje in de kinderwagen naar toe ging. Handjes op de rug jongeman anders mag je niet naar binnen, zei een strenge suppoost tegen mij. Ademloos keek ik rond. Daar zal ongetwijfeld mijn liefde voor kunst begonnen zijn. Een belangstelling die nooit verminderd is. Ook tijdens
mijn stuurmansloopbaan bij de K.J.C.P.L.(Koninklijke Java China Pakketvaart Lijnen) bezocht ik regelmatig musea. Het War-Memorial Museum in Auckland is prachtig en heeft een schitterende collectie Maori-Kunst.
Waarom kiest u voor Zeeuwse schilders, en waarom schilders uit 1900- 1960?
Kunsthistorisch gezien is de periode 1900- 1960 de meest interessante, met alle nieuwe ontwikkelingen aan het begin van de 20e eeuw die ook vorm kregen op het voormalige eiland Walcheren. Zoals de schildersgroep rond Jan Toorop(1858-1928)
en de snelle ontwikkeling van het beeldschone en verstilde stadje Veere als nieuwe kunstkolonie na een periode van ernstig verval in de 19e eeuw.
Naast verledentijd kunst heb ik jaarlijks een paar maal een expositie met hedendaagse Zeeuwse kunstenaars. Als vaste exposant heb ik werk in voorraad van kinderboekenschrijver en illustrator Wim Hofman en de vermaarde keramist Leen Quist. Verder houd ik me echt bezig met de verleden tijd; altijd verrassend en vernieuwend, zelfs nog na 37 jaar.
U organiseert vaak exposities in samenwerking met het museum “De Schotse Huizen” in Veere. Vertelt u hier eens iets over?
Naast regelmatige bezoeken aan het Veerse museum “De Schotse Huizen” begonnen mijn expositie bemoeienissen in de zomer van 2001 met een expositie over het leven en werk van de Nederland/ Belgische graficus Rudolf Schönberg. In 2003 was ik verantwoordelijk voor de expositie over de haast ‘vergeten ’Veerse Kunstkolonie “ Heel de wereld trekt naar Veere”. Ook raakte ik bevangen, net zoals de kunstschilders voor mij, met het “Veerisme”, een eeuwige verliefdheid op Veere.
Meestal worden deze exposities gecompleteerd met een naslagwerk. Hoe komt zo’n naslagwerk tot stand?
Als het mogelijk is worden de meeste exposities begeleid door een publicatie. Helaas ontbreekt het ons aan de financiële middelen om dat altijd te doen. Het uitgeven is een langdurig en vooral kostbaar proces en verkoop vaak gering. Het boek “Heel de wereld trekt naar Veere” verkocht goed en er is nog regelmatig vraag naar. Inmiddels heb ik diverse zelfstandige publicaties op mijn naam staan.
U bent een enthousiaste verteller en u bezit een parate kennis over kunst en de kunstenaars. Hoe wilt u die kennis delen?
Sinds enkele jaren geef ik lezingen met beamerpresentatie over, wat ik een beetje noem, ‘mijn’ schilders. Gezien de hoeveelheid te vertellen informatie is de presentatie uiteengevallen in twee delen; Deel l, Kunstkolonies op het eiland Walcheren, 1870-1970 en Deel ll; De ‘vergeten’ Veerse kunstkolonie.
De lezingen duren ruim twee uur en dit jaar gaf ik een serie voor de Zeeuwse Volkuniversiteit. Verder meestal op aanvraag voor diverse organisaties.
Voor informatie over de lezingen, de publicaties en documentatie raad ik aan om op mijn website te kijken www.viergemeten.nl en vanzelfsprekend is iedereen van harte uitgenodigd in Kunsthandel/ galerie “De Vier Gemeten’.