Joke, je was ooit grafisch vormgever. Je deed reclamewerk en ontwierp logo’s. Waarom stopte je daarmee en werd je kunstenaar?
28 jaar ben ik grafisch vormgever geweest. In die jaren is er veel veranderd. Vroeger maakte je, en dat is nog niet eens zo heel lang geleden, je ontwerpen op papier met verf of stiften. Na goedkeuring moest je werktekeningen maken, zodat het gedrukt kon worden. Teksten werden gezet op een zetterij en in de werktekeningen geplakt. Je was dus altijd op papier aan het werk. De computer is gekomen. En dat is natuurlijk schitterend. Maar de programma’s waar je mee werkt veranderen constant. Ik ben een teken- schildermens. Ik werk liever met kwasten en verf. Voor een paar jaar geleden ben ik naast grafisch vormgeven weer gaan schilderen. Héérlijk. Verf, linnen, kwasten, dat blijft. Ook als ik 80 ben, is dat nog steeds het zelfde. Het ontwerpbureau is over gegaan naar Wouter, mijn zoon die al jaren samen met mij werkte. Hij werkt op de computer en maakt schitterende dingen.
Welke grafische invloeden zien we terug in je schilderijen en zijn ze kenmerkend voor je werk?
Ik heb geleerd strak te werken. Dat zie je zeker terug in mijn schilderijen. Soms rijd ik over smalle weggetjes en dan maak ik foto’s van het Zeeuwse landschap. Thuis, als ik zo’n landschap ga schilderen laat ik de details weg en wat ik boeiend vind versterk ik. Maar altijd zo, dat het herkenbaar blijft en het die bepaalde sfeer heeft zoals ik het heb gezien.
Je schildert een beeld van Zeeland soms gezien door een vensterraam. Waarom Zeeland?
Zeeland is schitterend. Het strakke lijnenspel van de kavels met de diverse gewassen in al hun kleuren.Toen, door de komst van het heel hoge waterschapskantoor het uitzicht in mijn vorige atelier veranderde miste ik de ruime blik. Zo bedacht ik het vensterraam. Als je dat ophangt dan heb je thuis een extra raam met een uitzicht.
Het Zeeuwse landschap maakt in je werk de laatste tijd vaker plaats voor architectuur. Op dit schilderij zien we een geminimaliseerd beeld van het gerechtsgebouw. Wat is zo boeiend aan architectuur? Schilder je ook monumentale gebouwen?
Als ik een gebouw mooi vind ga ik het eerst tekenen en laat alle details die er niet toe doen weg maar ik handhaaf de karakteristieke vorm. Eigenlijk maak ik daar een soort logo van. Daarna ga ik het schilderen. Hier koos ik voor het gerechtsgebouw, dat raakte mij op dat moment maar alles kan, een oude boeren schuur is ook heel mooi! Zo heb ik eens de Zeelandbrug geschilderd. Een fijne dunnen witte streep met bogen in een donker grijze lucht en water.
Wanneer kies je voor acryl en wanneer voor aquarel?
De ene keer trekt papier mij aan. Door zijn grove structuur inspireert het me en dan heb ik gewoon zin om daar een aquarel op te maken. Eigenlijk doe ik dat tussendoor.
Als ik een acrylschilderij af heb kan ik niet direct aan een nieuwe beginnen. Dan wil ik een adempauze. Aquarelleren is een mooie tussenfase. Qua techniek en formaat, klein en handzaam, is het heerlijk aan mijn tekentafel.
Deze zomer was ik met vakantie in Italië en ontdekte daar in een dorpje bij Florence een papierfabriekje waar op de traditionele manier handgeschept papier werd gemaakt. Het is interessant om dat proces te volgen en de sfeer van zo’n oud ambacht op te snuiven. Gelukkig kon ik het papier daar kopen en ik ben er helemaal blij mee.
Werk je meestal in opdracht?
Op de Kunstschouw had ik mijn poezen hangen Mensen herkenden hun kat op het schilderij. Een paar dagen later kwamen ze terug om het doek te kopen maar de kat was al verkocht. Dan wil ik de kat nog wel eens schilderen maar in een andere pose en een ander decor. De houding van de kat is zo . . . ja, grafisch.
Op het ogenblik ben ik bezig met een serie dikke en dunne mensen aan zee. Dat is een vervolg op de drieluiken die ik eerder schilderde. Daarop zie je geen mensen maar een windscherm en een enkele parasol die doen vermoeden dat ze er wel zijn. Het andere drieluik verbeeldt een overvol strand. Het is duidelijk hoogseizoen. Nog steeds geen mens te zien maar een hoeveelheid aan schermen en parasols. Nu zijn de dames er bij gekomen, dikke en dunne, oude en jonge, en een paar kinderen, confrontaties van generaties. Een voor de handliggende stap is dat er mannen bij komen, geen macho’s maar van die gezellige die goed bij de dames passen. Hoe die er uitzien? ‘k Zou het nu nog niet weten. Dat komt in de volgende fase wel.